Tom Neale – Suwarrow

Begin jaren ’80 ben ik in het bezit gekomen van het boek van Tom Neale – An island to Oneself. Een boek wat grote invloed heeft gehad op mijn latere leven. Zo heb ik de afgelopen 35 jaar alles verzameld wat te maken heeft met Tom Neale en Suwarrow. Van zijn boek (1e druk) in diverse talen tot artikelen uit diverse magazines. Ook Boudewijn Büch heeft zich lange tijd bezig gehouden met Tom Neale (video vanaf 21:45). Hij had contact met de zoon van Tom, Arthur en met de dochter van auteur Robert Dean Frisbie, Johnny. In 1994 heeft Boudewijn Büch ervoor gezorgt dat het boek van Tom Neale vertaald werd in het Nederlands: “Een Eiland voor jezelf” (met een nawoord van Boudewijn). Heb al die jaren geld opzij gelegd om op latere leeftijd een half jaar sabbatical te nemen en Suwarrow te bezoeken door het regelen van een Private Yacht. Suwarrow ligt op zo’n 953km. van the Cook Islands (Rarotonga). Naast Suwarrow zou ook Palmerston island en Pukapuka island onderdeel van mijn reis gaan uitmaken.

Door omstandigheden heb ik deze grote droom helaas moeten laten ‘varen’. Dat doet nog steeds pijn……..  

Tom Neale on Suwarrow
Tom Neale op Suwarrow (1961)

Tom Neale werd in 1902 geboren in Nieuw-Zeeland en ging als jongeman al vroeg zwerven over de eilanden in de Stille Zuidzee. Hij nam dienst als stoker bij de marine. Later nam hij allerlei losse baantjes aan, zoals bananenbomen-planter, kopra-bereider en visser. Hij ging wonen op Moorea bij Tahiti, leerde Tahitiaans en las werken van de reisverhalenschrijvers Robert Louis Stevenson, Joseph Conrad en Daniel Defoe. In 1943 leerde hij op het eiland Rarotonga de auteur Robert Dean Frisbie kennen, die een paar maanden op Suwarrow had gewoond en er in 1944 een boek over schreef: The island of desire. Frisbies dochter Johnny schreef als twaalfjarig meisje ook een boek over haar leven op de eilanden: het boek Miss Ulysses of Puka-Puka uit 1948.

Tom wilde vanaf dat moment niets liever dan gaan wonen op het eenzame atol Suwarrow. In 1945 kreeg hij de kans om voor het eerst een paar dagen op het eiland rond te kijken, toen hij als meevoer op een schoenertocht. Hij sprak met de kustwachters die daar voor Nieuw-Zeeland op het eiland Anchorage van het atol Suwarrow, de radarverkenningspost bemanden in de inmiddels gaande Tweede Wereldoorlog. Zeven jaar later, in oktober 1952, had de onbemiddelde Tom geld genoeg gespaard om zich af te laten zetten op het eiland, om aan zijn eenzame avontuur te gaan beginnen. De kustwachter waren inmiddels vertrokken en hun observatiepost werd Toms nieuwe onderkomen.

Tom hield dagelijks een dagboek bij, waarin hij zijn belevenissen op het atol Suwarrow nauwgezet noteerde. Het eiland was maar 800 meter groot, maar Tom had er een dagtaak aan om achter voedsel aan te gaan: vissen, kokosnoten, een groententuin aanleggen op onvruchtbare grond en de kippen dresseren, zodat hij verzekerd was van eieren en vlees. Een groententuin klinkt eenvoudig, maar door het ontbreken van insekten die voor de bestuiving en daardoor vruchtgroei konden zorgen, moest Tom nog heel wat problemen overwinnen.

In de totale verlatenheid leeft Neale als een tevreden man, die zijn grootste genot vindt in een kopje thee ’s avonds en een sigaretje, met zicht op de uitgestrekte oceaan. Na 20 maanden krijgt hij een ongeluk en blesseert zijn rug. Ruim 4 dagen ligt hij bewegingloos op het verlaten eiland, tot op dat moment 2 toevallig passerende Amerikaanse zeezeilers langskomen en hem redden. James Rockefeller en Bob Grant uit Maine verzorgen hem en laten hem later oppikken om medisch behandeld te worden in Rarotonga. Zijn 1e verblijf is dan ten einde. James Rockefeller schreef 3 jaar later een boek over zijn reis en de episode met Tom wordt hierin genoemd. In het boek staan ook de eerste foto’s van Tom uit 1954 op het eenzame eiland.

Het boek van Rockefeller haalt ook de Nederlandse pers. Vlak na de publicatie in 1957 verschijnt in het Nederlandse weekblad Panorama van 9 maart een artikel, waarin Rockefeller uitvoerig de letterlijke teksten uit de dagboeken van Tom Neale citeert. Het boek van Neale zelf zou pas 9 jaar later verschijnen, in 1966.

Na zijn gedwongen herstelperiode op Rarotonga begint het opnieuw te kriebelen. Tom wil terug naar Suwarrow. Hij schrijft in een brief aan James Rockefeller in 1954: “Hier, in Raro, voel ik mezelf niet gelukkig met die beschaving: te veel mensen en zo. Ik ga dus maar weer terug naar Anchorage, deze keer met mijn dertigjarige vrouw uit Palmerston. Zij vertelde mij trouwens, dat zij als jong meisje eens zes maanden op Anchorage had doorgebracht en dat ze van die plaats hield”

Suwarrow map
Cook Islands met ligging Suwarrow

Toch kost het hem zes jaar om weer voldoende geld bijeen te sparen voor een overtocht. Hij werkt als magazijnmeester, trouwt op 19 juni 1956 met de tweeëntwintig jaar jongere Sarah Haua Marsters van het eiland Palmerston. Zoon Arthur wordt datzelfde jaar nog geboren en dochter Stella twee jaar later. Maar Tom verlaat hen in april 1960 om opnieuw naar Suwarrow af te reizen.

Veel zaken herhalen zich tijdens dit tweede verblijf op Suwarrow. In 1961 landt er toevallig een Amerikaanse marinehelikopter op het atol en een verslag hierover leidt er toe dat journalist Noel Barber langskomt op Suwarrow met zijn fotograaf Chuck Smouse. Zijn reportage in The Daily Mail wordt ook met zeven foto’s afgedrukt in dagblad De Telegraaf in mei 1961, waardoor Nederland voor een 2de keer kennis maakt met kluizenaar Tom Neale, nog voordat zijn boek is geschreven.

In december 1963 vertrekt Neale weer, na een verblijf van drie jaar en acht maanden, omdat een groep van elf rumoerige parelduikers van het eiland Manihiki op het eiland kwam wonen en zijn rust verstoort; hij keert weer terug naar het eiland Rarotonga.

Tom Neale werkt dan zijn notities uit en publiceert in 1966 zijn klassieker An island to oneself, voorzien van 17 foto’s van James Rockefeller uit 1954 en Noel Barber & Chuck Smouse uit 1961. In zijn boek vertelt Neale over de lange maanden in gelukzalig isolement, extreme fysieke en emotionele ontberingen en een parade van intermitterende bezoekers, waaronder een cruisefamilie in de vroege jaren zestig die langskwamen op hun jacht en op een rif strandde tijdens een nachtelijke bui. Het echtpaar en hun dochter woonden maanden bij Neale voordat een passerend schip ze oppikte.

Er verschijnen al snel vertalingen in het Duits en Fins in 1967, in het Deens in 1968 en in het Hongaars 1970. In juli 1967 vertrekt hij opnieuw naar Suwarrow voor zijn derde verblijf op het atol. Hij krijg een benoeming als eiland-toezichthouder en verdient ook wat geld door de royalties van zijn boek. Zijn dochter Stella bezoekt hem later tweemaal op Suwarrow, in 1969 en 1976 en Neale scheidt in de tussentijd van zijn vrouw Sarah in 1972, die weer naar het eiland Palmerston terugkeert (waar zij vandaan kwam en nu nog steeds woont).

Tom Neale Memorial op Suwarrow
Tom Neale Memorial op Suwarrow

Het huwelijk was al vastgelopen voor zijn 3de vertrek naar Suwarrow. Rarotonga benoemt Neale in 1969 tot ‘postmaster’ en hij krijgt door de vele filatelistische post een bescheiden inkomen. Ook komen er nu veel zeezeilers langs, die zijn boek gelezen hebben en hem weleens willen ontmoeten. Ook wetenschappers weten hem te vinden en Tom Neale werkt mee aan wetenschappelijke artikelen over vogels, flora en fauna op Suwarrow. Of het nu ging over regenwormen, termieten, invasieve diersoorten, koraalgroei, Black Lip parelschelpen, fregatvogels, sterns: allerlei onderzoekers kwamen bij Neale langs op Suwarrow.

Als hij ernstige maagklachten krijgt, wordt hij in maart 1977, tien jaar na zijn komst voor het 3de verblijf op Suwarrow, opnieuw geëvacueerd en opgenomen in een ziekenhuis op Rarotonga. Acht maanden later overlijdt hij op Rarotonga op 75-jarige leeftijd en wordt er begraven. 

Tom Neale is een van de laatste echte Robinson Crusoes van de vorige eeuw geweest en hij trad daarmee in de voetsporen van Edmund James Banfield (1852-1923). Eric Muspratt (1899-?), Robert Dean Frisbie (1896-1948) en diens dochter Johnny Frisbie (1932). 

In de drie afzonderlijke perioden, onderbroken door ziekte, huwelijk en problemen met de overheid, bracht Tom 16 jaar door op Suwarrow. 

Suwarrow wordt in het jaar erna tot beschermd reservaat uitgeroepen. Twee opzichters houden er de wacht tot op de dag van vandaag. Neale’s dochter Stella zal later haar herinneringen aan haar vader liefdevol opschrijven in een privé-uitgave, die als epiloog in een Duitse heruitgave van Neale’s boek Südsee-Trauminsel (2001) wordt opgenomen.

 

Onderstaande foto’s komen uit de lezing die gehouden werd op de 14e Internationale Boudewijn Büch Dag op zondag 13 december 2015 in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA).

The photos below are from the lecture that was held on the 14th International Boudewijn Büch Day on Sunday 13 December 2015 in the Amsterdam Public Library (OBA).

 

 

 

Dutch writer and island collector Boudewijn Büch (1948-2002) has been researching Tom Neale and Suwarrow in Australia, New Zealand, the Cook Islands and several other parts of the Pacific since 1982. He met a son of Neale, traced his grave to the atoll coast of Rarotonga, and interviewed a number of people who knew Tom Neale. On this video Boudewijn visits (in 1989) Tom Neale’s grave in Rarotonga (21:45) and talks to Tom’s son, Arthur Neale. Boudewijn had “An island to Oneself” translated into Dutch (1994). (Dutch subs)

 

 

Boudewijn also talked in 1993 with Johnny Frisbie (06:28) about her book “Miss Ulysses of Puka-Puka” (1948). (Dutch subs)

 

 

 

Helaas, dit is niet toegestaan.