Amsterdamse bos – Dieren

Het Bos kent vele zoogdieren. Marterachtigen, zoals bunzingen, wezels en hermelijnen, doen het goed door het vele dode hout. Eekhoorns spelen in de hoge boomkruinen. De vele afwisselende typen landschappen zorgen voor de daarbij behorende specifieke vogels. Zo tref je in de oude bospercelen naast de zangvogels de middelste bonte specht aan, terwijl de groene specht zich veel in het Schinkelbos laat horen én zien. In de rietkragen rondom de oeverlanden zie je reigers, gorzen, karekieten en soms zelfs de snor. Buizerds, haviken en sperwers zorgen voor het natuurlijk evenwicht. In de schemering kun je de bosuilen flink horen schreeuwen.

De vele bloeiende bloemen en struiken zorgen in het voorjaar en zomer voor een grote aantrekkingskracht op allerlei vlinders en libellen. Het dode hout zorgt vervolgens weer voor vele schuil- en overwinteringsmogelijkheden voor kevers. De grote hoeveelheid sloten met geleidelijke oevers zorgen ervoor dat reptielen en amfibieën zich goed voelen in het bos. De vele padden, kikkers en salamanders getuigen hiervan. Op rustige momenten, tijdens een ochtendwandeling bijvoorbeeld, zou je eens heel voorzichtig langs de slootkant moeten lopen. Grote kans dat bij mooi weer de ringslang gespot wordt.

Bij de ‘Soortenbank’ vindt u informatie over duizenden verschillende dieren, planten en paddenstoelen die in Nederland voorkomen.

Dit is i.v.m. © niet toegestaan.